‘World Class Rapid Digitization of Cultural Heritage’
14dec

Pictura in HDC-Media


Digitaal erfgoed als goudmijn.


Wie nog eens even de originele partituren van Robert Schumann of de essays van Charles Darwin wil bekijken, hoeft al lang niet meer naar verre studiezalen af te reizen. Je pakt gewoon je laptop of iPad en binnen vijf seconden kijk je naar de originele manuscripten van Isaac Newton of browse je langs de schilderijen van Vermeer.


Het eind van het analoge tijdperk –de tijd zonder internet en computer- luidde een grootse culturele revolutie in: ons erfgoed zou voortaan altijd vanaf elke plek toegankelijk zijn voor honderden miljoenen mensen. Inmiddels is het digitaal conserveren (fotograferen) van (kwetsbaar) erfgoed booming business. Het heeft een heel nieuwe industrie opgeleverd.In Nederland zijn er vijf bedrijven die zich met het digitaal kopiëren en conserveren van erfgoederen bezighouden. Pictura Imaginis is marktleider. Het bedrijf is gevestigd in Heiloo. Volgens de digitale tijdrekening leven wij eigenlijk pas in het jaar 35. Daarvoor woonden we eeuwen lang in analoge onwetendheid. De allereerste analoge afbeeldingen zijn maar liefst 77.000 jaar oud. Ze werden gemaakt door onze Afrikaanse voorouders. Het zijn in steen gekraste streepjes. Geometrisch precies getekend. Niet door een holbewoner die zich verveelde, maar door een moderne voorouder die ze opzettelijk aangebracht, met de bedoeling iets mee te delen. De hoeveelheid analoog materiaal die er sinds die tijd werd geproduceerd aan boeken, geschriften, akten, foto’s, schilderijen, tekeningen, films, keramische afbeeldingen, kranten, tijdschriften, verslagen, kleitabletten, papyrusrollen,  wandkaarten enzovoort…is zelfs bij statistische benadering niet in terrabytes uit te drukken. Toch ligt dat in principe allemaal te wachten om digitaal gefotografeerd te worden. Om een idee van de omvang te krijgen moeten we merkwaardig genoeg teruggrijpen op de analogie. Pictura directeur Onno Zaman schetst: ,,Wij digitaliseren voor het Stadsarchief Amsterdam 15.000 originelen per week. Als we dat volhouden, zijn we alleen met het stadsarchief van Amsterdam al 403 jaar bezig.’’ Dit jaar werden bij Pictura een miljoen negatievengescand. Uit onderzoek van het Digitaal Erfgoed Nederland (DEN) naar negatievencollecties, blijken bij 35 instellingen tien miljoen negatieven beschikbaar voor onmiddellijke digitalisering. Europeana, een Europese databank (www.europeana.eu), gefinancierd door de EU, bevat momenteel bijna 15 miljoen gedigitaliseerde items. Kijkend naar de geschiedenis van dit werelddeel een piepklein topje van een ijsberg. In de EU worden alleen al 2,5 miljard boeken bewaard  daarvan slechts 1 procent in digitale vorm kan worden opgevraagd. Het digitaliseren van vijf miljoen boeken kost 225 miljoen euro. Je komt in deze sector dus snel in de duizelingwekkende getallen terecht. Uiteraard vormen hier op de eerste plaats de beschikbare financiën een beperkende factor. Dankzij het sterke innovatieve karakter van de digitaliseringsbranche echter, kan tegen een steeds lagere prijs worden gewerkt. Zaman: ,,We zijn naar een industriële aanpak toegegroeid.We ontwerpen onze eigen geautomatiseerde scantechnieken om sneller te kunnen werken zonder aan kwaliteit en veiligheid te moeten inboeten.’’De digitaliseringsdrang wordt in de publieke sector aangewakkerd door twee psychologische factoren. Op de eerste plaats de angst om belangwekkend cultureel erfgoed voor altijd kwijt raken. De tijd heeft immers zijn tanden gretig gezet in kwetsbare informatiedragers als papier en celluloid. Wat straks weg is, komt nooit meer terug. En twee, de politiek kan goede sier maken door conserveringsprojecten te financieren. Wie zich opwerpt als beschermer van ons cultureel erfgoed, profileert zich positief. Bovendien werpen de projecten tastbare resultaten af in de vorm van databanken waarin al die kopieën van onze cultuurschatten worden bewaard.Die databanken zijn vervolgens toegankelijk voor grote publieksgroepen. En dat appelleert weer aan de behoefte van overheden om ‘het volk’ deelgenoot te maken van zijn eigen culturele geschiedenis. JOB JANSSENS


Magnumphoto in 400.000 digitale beelden


Pictura kreeg een opmerkelijke opdracht van Magnum Photos. Het digitaliseren en ordenen van alle foto’s en negatieven die de afgelopen halve eeuw werden geproduceerd door fotografen die bij dit prestigieuze persbureau waren aangesloten.


Magnum Photos is niet zomaar een fotopersbureau. Het staat voor een legendarisch fotocollectief dat vlak na de Tweede Wereldoorlog (1947) door Henri Cartier Bresson, Robert Capa, George Rodger en David Seymour werd opgericht. Sinds die tijd ontwikkelde Magnum zich tot het meest toonaangevende en beeldbepalende fotopersbureau ter wereld. De bij dit collectief aangesloten fotografen legden de geschiedenis in meest letterlijke zin vast. Ze schoten beelden die in het geheugen staan gegrift van de naoorlogse generaties die opgroeiden vóór internet en vóór digitale fotografie. De Magnumfotografen hebben de moderne geschiedenis in feite geïllustreerd maar er ook commentaar op gegeven. Josef Koudelka deed dat bijvoorbeeld in augustus 1968. Russische troepen, vergezeld van gevechtseenheden uit het Warschau-pact, vielen toen Tsjechoslowakije binnen en maakten een eind aan de Praagse Lente, een dieptepunt in de geschiedenis van de Koude Oorlog dat heel West-Europa in zijn greep hield. De toen 30-jarige Koudelka riskeerde met de camera in aanslag zijn eigen leven door de hectiek van binnenrollende tanks en een desperate bevolking vast te leggen. Een jaar na de invasie konden de prints van Koudelka’s foto’s het land uit worden gesmokkeld waarna ze via Magnum anoniem werden gepubliceerd in The Sunday Times Magazine. Koudelka en Magnum maakten de wereld getuige van een historisch drama. Zo zijn er tal van historische momenten verbeeld door Magnumfotografen. En al die foto’s bevatten een eigen verhaal. Kijk naar de close-up van de vuist van bokser Muhammad Ali gefotografeerd door Thomas Hoepker. Naar Steve McCurry’s wereldberoemde foto uit 1984 van de jonge Afghaanse vluchtelinge met de knalgroene ogen of de opname van Stuart Franklin op het plein van de Hemelse Vrede in Bejing waar één man vijf tanks tot stoppen dwingt. Het waren de Magnumfotografen die onze collectieve herinnering van  opwindende of dramatische beelden voorzagen.


Paris MatchGezien de technische veranderingen die hebben plaatsgevonden binnen de fotografie zal een collectie afdrukken, zoals die via Magnum de wereld in werd gezonden, nooit meer bestaan. De fotografen stuurden hun opnamen vanuit alle brandhaarden waar ook ter wereld naar het Magnum hoofdkantoor in Parijs van waaruit ze, na selectie en bewerking, hun weg vonden naar grote magazines als Time, Life of Paris Match. Door deze werkwijze heeft er nimmer een centrale, adequate archivering van al die films, prints en contactafdrukken plaatsgevonden. Sommige bladen archiveerden op naam van de fotograaf, andere op gebeurtenis, soms op datum. Gecombineerd met de diversiteit aan media (filmrollen, uiteenlopende formaten prints, contactafdrukken) vaak voorzien van persoonlijke aantekeningen van de betreffende fotograaf, ontstond er een gefragmenteerd en niet uniform beschreven, buitengewoon analoge maar daardoor ook nogal onoverzichtelijke verzameling van data.Pictura in Heiloo kreeg niet alleen de opdracht het bestaande analoge Magnum materiaal te digitaliseren maar nam eveneens de uitdaging op zich het geheel logisch te beschrijven en overzichtelijk toegankelijk temaken. Inmiddels zijn er 70.000 Magnumbeelden door Pictura verwerkt en zijn er nog vele duizenden te gaan. Projectmanager van Pictura Jeroen Bloothoofd is buitengewoon enthousiast over het materiaal dat hij onder handen kreeg. ,,De afdrukken van de Magnum-fotografen zijn doorgaans van topkwaliteit. Magnum beschikte over een eigen lab en dat leverde afdrukken op die in ongekend goede conditie verkeren. Echt vakwerk.’’


WereldwijdNaast het digitaliseren van de originelen en het archiveren daarvan, zit er ook nog een heel traject aan bijzondere handling vast aan het Magnum-project. Bloothoofd legt uit: ,,Al die bladen- en tijdschriftredacties die door de jaren heen gebruik maakten van fotobureau Magnum, hebben de door hen afgedrukte foto’s niet altijd teruggestuurd naar het centrale magazijn van Magnum in Parijs maar zelf bewaard. Toen al die prints in verschillende formaten, contactafdrukken en films wereldwijd verspreid weer bij elkaar werden gebracht, leverde dat natuurlijk niet een keurig geordend geheel op. We kregen hier allerlei ‘shabby’ dozen vol ongesorteerd materiaal. Dat moest allemaal worden uitgepakt, gesorteerd, onderzocht en beschreven. Na het digitaliseren werd alles herverpakt in zuurvrije enveloppen om ook het analoge basismateriaal te beschermen tegen de tand des tijds.’’ Bloothoofd meldt dat er momenteel zo’n zeventigduizend bestanden zijn verwerkt. Hij verwacht dat er nog  300.000 opnamen moeten worden gedigitaliseerd. Bloothoofd: ,,Een indrukwekkende hoeveelheid maar het statisch archief van Magnum is natuurlijk ook eindig. Ik denk dat we straks met 400.000 bestanden de klus zullen hebben geklaard.’’ Toch zit er nog een staartje aan dat getal meent Pictura directeur Onno Zaman: ,,Van de gemiddeld vijf contactvellen met 36 opnamen die er per fotograaf werden ingeleverd zijn twee foto’s gepubliceerd. Maar alle opnamen rondom beroemd geworden gepubliceerde foto’s zijn ook bewaard gebleven. De schat die nog op publicatie ligt te wachten is dus onwaarschijnlijk groot."tekst gepubliceerd in de zaterdagbijlage 'Plus' van HDC Media op zaterdag 11 december 2010